Daar zitten we dan, met ons tweetjes, Cute en ik, op een handdoek op de parking. Iets te vroeg voor onze afspraak. Zachtjes fluister ik lieve woordjes in haar zachte vacht, vertel haar dat ze straks lekkere coq-au-vin zal eten, en haal herinneringen op aan die keer in dat grote bos, toen ze met de verkeerde familie meehuppelde. Mensenschuw? Allerminst. Haar populariteit kent geen grenzen: haar lieve snoet doet elke voorbijganger smelten. Vandaag is geen uitzondering. Van bovenaf observeert een vrouw hoe ik in kleermakerszit Cute aai. Ik ben me er nauwelijks van bewust. Waarom zou ik ook? Het is tien uur ’s ochtends, auto’s rijden af en aan, een dag zoals alle andere. Maar voor ons staat de wereld even stil. "Heb je hulp nodig?" hoor ik plots iemand vragen. Een vrouw in pyjama kijkt bezorgd over de lage struiken die de drukke weg scheiden van de parking. Ik kijk op, en alles lijkt in slow motion te gaan. Mijn hersenen kunnen de vraag amper vatten, laat staan ontleden, maar mij...