Het begon in het voorjaar van 2020.
Het jaar van Van Eyck.
Vraag me niet waarom, maar dat raakte iets in mij.
Het was een zaterdag. In die tijd genoot ik van kleine rituelen. Een verse koffie. De stilte van de ochtend. Het weekendmagazine dat opengeslagen voor me lag. Toen ik de pagina’s over de tentoonstelling van Jan van Eyck (Optische illusie – MSK Gent) las, voelde ik het plots: warm en koud tegelijk. Mijn lichaam wist het voor ik het zelf begreep.
Ik, die eigenlijk weinig van kunst weet, voelde een onweerstaanbare drang om naar die magnifieke tentoonstelling in Gent te gaan. Met man en zoon aan mijn zijde liep ik daar rond — en bleef maar rondlopen, terwijl zij al lang in de cafetaria op mij zaten te wachten.
Ik herinner me dat ik terugliep naar het schilderij van de vrouw van Jan van Eyck.
Ik bleef ervoor drentelen, alsof ik verwachtte dat zij me zou vertellen waarom ik zó getriggerd was.
Ze zei niks.
Maar ik voelde dat ik haar geheim ooit zou ontrafelen.
Ik kon mijn ogen niet geloven. Die lichtinval, dat spel van schaduw en glans... hoe kon hij dat zó precies vangen? En dan die details — ik had een vergrootglas nodig om te zien wat hij met het blote oog en oneindig veel geduld had geschilderd. Het raakte me. Niet alleen omwille van het vakmanschap, maar omdat ik iets herkende. Een echo misschien. Een soort thuiskomen bij iets wat ik nog niet kon benoemen.
Vanaf dat moment was mijn interesse gewekt. Niet alleen in Van Eyck, maar in iets groters. Iets wat zich stilletjes in mij begon te roeren.
Een innerlijk weten
Maar waarom toch die drang naar dat boek?
Eerlijk? Ik weet het niet.
En tegelijk: ik weet het zó goed.
Het was geen idee. Het was een gevoel. Een weten.
Een fluistering die me zei: “Dit is jouw pad. Dit is de richting waarin je mag bewegen.”
En dus begon ik. Niet wetend waar het naartoe zou gaan, maar zeker dat ik moest vertrekken.
Ik herinner me die eerste maanden nog goed.
Een massa aan informatie stroomde op me af.
Boeken, inzichten, thema’s die zich aandienden nog voor ik ze kon benoemen.
Het was alsof ik een bron had aangeboord die ik nauwelijks kon bevatten.
En toch werd ik er niet moedeloos van. Integendeel: ik werd net gretiger.
Ik voelde me gedreven.
Zo sterk zelfs dat ik begon te schuiven met mijn dagen.
In die tijd had ik mezelf al enkele nieuwe gewoontes aangeleerd: een ochtendwandeling, een kwartiertje tuinieren, één lesje Duolingo per dag — Italiaans, omdat het mooi klinkt en Italië ons aantrekt.
Daar voegde ik iets nieuws aan toe: een uurtje schrijven / verdiepen / onderzoeken. Elke dag. Gewoon om te voelen wat er zich aandiende.
Ik had geen idee waar het naartoe zou gaan, maar ik wist: dit wil ik doen, hier word ik blij van.
En als ik eerlijk ben: toen wist ik eigenlijk al dat het een boek werd.
Niet zomaar een reeks teksten of notities, maar een echt boek.
Alleen… ik durfde het aan niemand te vertellen.
Niet omdat ik het niet serieus nam — integendeel.
Maar omdat ik mezelf nog niet durfde te tonen.
Want dat boek… dat was ik.
Niet een rol die ik speelde, niet een versie van mezelf die ik al kende, maar iets wat dieper zat.
Iets waar ik zelf nog niet helemaal bij kon, laat staan dat ik het aan de buitenwereld kon tonen.
Dus ik hield het voor mezelf.
Mijn geheime uurtje schrijven, elke dag.
Mijn innerlijke tocht, gevoed door wat zich aandiende.
En stilaan begon het boek aan mij te schrijven.
Ik dacht dat ik aan een boek begon, maar het boek begon aan mij.
Het begon me dingen te tonen.
Dingen over mezelf.
Dat ik me mocht laten zien.
Dat ik niet hoefde te wachten tot ik ‘af’ was.
Dat mijn woorden pas echt gingen leven wanneer ik ze ook durfde te delen.
En zo kwam het moment waarop ik voorzichtig begon te vertellen:
“Ik ben met iets bezig. Ik schrijf.”
Een klein zinnetje, maar het veranderde alles.
Niet omdat het dan 'echter' werd, of omdat ik focus nodig had — die had ik al.
Wat veranderde, was iets anders.
Tot dan toe had ik vooral van achter de schermen geleefd.
Met plezier, met overtuiging, maar ook met een zekere voorzichtigheid.
Dat boek duwde me zachtjes naar voren.
In het licht. In de spotlight.
En dat was nieuw. Spannend. Maar ook bevrijdend.
Tegelijk voelde het als iets groters.
Niet alleen een keuze, maar een soort roeping.
Ik voelde: ik moet dit kwijt aan de wereld.
Er is iets dat gezegd wil worden. Iets wat via mij naar buiten wil.
Het werd sterker dan mezelf.
Een dualiteit groeide: ik, die altijd graag op de achtergrond leefde, voelde ineens dat ik mijn plaats moest innemen.
Niet om te schitteren, maar om te staan.
Voor wat ik voelde.
Voor wat ik te zeggen had.
Voor dat wat gehoord wil worden.
En dan die twijfel
Maar zelfs met die gedrevenheid kwamen er vragen.
Wat als ik op een ochtend zou wakker worden en plots zou denken: “Waar ben ik al die tijd mee bezig geweest?”
Die gedachte is er geweest. Meer dan eens.
Maar het moment? Het moment waarop ik écht wilde stoppen?
Dat kwam nooit.
En we zijn nu vijf jaar verder.
Integendeel. Telkens er twijfel opkwam, kwam er ook iets anders: een teken.
Een camionette die voorbijreed met in grote letters “Van Eyck”.
Of een toevallige ontmoeting tijdens een wandeling, waarin ik iets vertelde over mijn boek — en mensen stilvielen. Verwonderd. Geraakt.
Ik herinner me nog een WhatsApp-bericht van 22 september 2022:
"Hey Regine, je hebt mij eigenlijk echt geïnspireerd met je passie. Ook om zelf weer wat meer in mijn pen te kruipen. Dus merci."
Dat was 2,5 jaar na mijn eerste woord.
En ik wist: dit is wat er gebeurt als je je innerlijk kind hebt teruggevonden.
Dan brandt die passie.
Gewoon. Voor altijd.
Een uitnodiging voor jou
Misschien herken jij dat ook.
Dat er iets in jou leeft dat zachtjes naar boven wil borrelen.
Het hoeft geen boek te zijn. Misschien is het een hobby die je telkens uitstelt,
een verschuiving op je werk die al lang in de lucht hangt,
een passie... die je stilletjes voedt maar die je nog niet durft uitspreken.
Wil je het zoeken? Benoemen?
Let op datgene waar je echt blij van wordt.
Dat wat je energie geeft, eerder dan energie kost.
Dat wat je ergens heen brengt waar je nog niet bent geweest —
maar waar je lijkt thuis te komen.
Want dát is het begin.
Niet van een idee, maar van een beweging.
En als je het toelaat, zal het zich vanzelf ontvouwen.
En onderweg... kom je jezelf tegen. In het licht.
Reacties
Een reactie posten